MIRIAM KNIBBELER: BEELDEN

De beelden van Miriam Knibbeler zijn opgebouwd uit ijzerdraad, verwarmingsbuis, pur, piepschuim, gietwas, textiel en pigment. Soms passen ze in de palm van de hand. Dan weer zijn ze zo groot dat ze de hele vloer van het atelier in beslag nemen. De beelden zijn herkenbaar als mensen of dieren. Bovenal zijn het lichamen; ‘aanwezigheden’ die hun plaats innemen in de ruimte. Hun huid is gemaakt van was: vleselijk, teer als de huid van pasgeborenen, koud en gestold als de huid van gestorvenen. Doordat ze kunnen smelten en vervormen, zijn de lichamen kwetsbaar en vergankelijk. De transparantie van het materiaal maakt hen ijl: aanwezig en afwezig tegelijk. Steeds is er iets wat vervreemdt – maar subtiel, haast ongemerkt. Zo kan een vogel een embryo lijken, een levensgroot paard een menselijk en weerloos wezen. Een ‘wachter’ lijkt ontstegen aan de tijd; een ‘reiziger’ lijkt evenzeer deel van de hemel als van de aarde.

Miriam Knibbeler onderzoekt in haar werk het gebied tussen zielloosheid en bezieling, alledaagsheid en mysterie. In de benoembaarheid van haar beelden, probeert zij het onbenoembare aan te raken. Zo bevraagt zij het raadsel van leven en dood.

Een hoge mate van mimesis is voor haar belangrijk. Tegelijkertijd speelt zij met materiaal, formaat en verhoudingen. In het begin werkte zij zo realistisch mogelijk. Gaandeweg ontwikkelde zich een meer poëtische vormentaal, waarbij zij zocht naar openheid in betekenis en de vervreemding toeliet.

Wat betreft hun vormentaal staan de beelden in de klassieke traditie, maar de inhoudelijke benadering van vorm en materiaal maakt ze tot hedendaagse kunstwerken. Anders gezegd: met haar wortels in de traditie, zoekt de kunstenaar op een eigentijdse manier naar betekenis. Haar beelden komen voort uit wat zij in haar leven meemaakt. Zij laat zich evengoed inspireren door mensen en dieren in haar omgeving als door muziek, literatuur, film, mythologie of filosofie; door een gevleugeld paard op een Parijse brug als door dieren op sterk water in een universiteitsmuseum. Al deze indrukken belanden in het werk zonder dat ze er al te letterlijk in terug te vinden zijn. De materialen zijn eigentijds en doen denken aan die van Berlinde de Bruyckere en Folkert de Jong, maar de vorm en zeggingskracht van het werk zijn geheel eigen. Voor Miriam Knibbeler is het geen doel op zichzelf om ‘vernieuwende kunst’ te maken. Zij stelt telkens opnieuw de wezenlijke vraag en probeert de vorm te vinden die daarbij past. De thematiek van haar werk is van alle tijden – de actualiteit zit hem in de directe, fysieke confrontatie met de beelden, en de relevantie van hun betekenis voor de kijker, hier en nu.

Janet Meester, mei 2016


‘(…) by fixing the appearance of transient humanity, wax acknowledges time’s passing. It attests to mortality, and acts as a subtle testament to death, a barely detectable memento mori.’
Roberta Panzanelli
From: Ephemeral bodies: Wax sculpture and the human figure (2008)

The material that I work with, wax, has a lot of ambiguities. Physical ones: it can be hard or soft, warm or cold, vulnerable or solid, durable or transient. And mimetic ones: it can imitate skin very closely and therefore sculptures can be very lifelike. Besides this relation with life, it has strong associations with death, with illness and degeneration of flesh, with softness and mortality. Because of the stillness of a sculpture, it imitates flesh that is no longer alive.

I create humanlike and animallike figures, for me they are quite the same. I strive for a high level of mimesis. Therefore they are very recognisable, but still there is something different about them. I play with scale and proportions. It causes a strangeness that makes you look closer.

The physical presence of the work is very important. But at the same time, the transparancy of the wax denies that. Therefore, the immaterial, the spiritual is also present. These beings seem to come from another world, a very old world of memories, dreams and myths.

Miriam Knibbeler

 

Het materiaal dat ik gebruik, ‘was’, heeft veel tegenstellingen in zich. Fysieke tegenstellingen: het kan hard en koud zijn maar ook warm en zacht. En inhoudelijke tegenstellingen: het kan heel goed huid imiteren en beelden kunnen daardoor erg levensecht lijken. Naast deze associatie met het leven, heeft het ook sterke associaties met de dood, met ziekte en met het vergaan van vlees, met zachtheid en sterfelijkheid. Door de onbeweeglijkheid van een sculptuur imiteert het vlees wat niet langer meer in leven is.

Ik maak mensachtige en dierachtige figuren. Voor mij zit daar niet zoveel verschil tussen, de dieren zijn vrij menselijk en de mensen vrij dierlijk. Ondanks de grote mate van mimesis speel ik met schaal en verhoudingen. De beelden zijn heel herkenbaar en toch is er iets vreemds aan.

Voor mij is de fysieke aanwezigheid van een werk heel belangrijk. Tegelijkertijd wordt deze ontkend door de transparantie van het materiaal. Het immateriële, het geestelijke is daardoor ook aanwezig. De wezens lijken uit een andere wereld te komen, een oude wereld van herinneringen, dromen en mythes.

Miriam Knibbeler